2004
Volume 69, Issue 4
  • ISSN: 2542-6583
  • E-ISSN: 2590-3268

Abstract

De verteller van de kronieken van koning Saul schrijft tweemaal in het verslag over Sauls overwinning op Amalek (1 Sam. 15) dat het God berouwde dat hij Saul tot koning had aangesteld (15:11 en 15:35). Tussen deze twee verzen zijn we getuige van een dialoog tussen de profeet Samuël en de koning. Daarin zegt Samuël dat het koningschap van Saul is ‘afgescheurd’ (15:28) en dat God over dit besluit geen berouw zal krijgen. Want ‘ook liegt de Onveranderlijke Israëls niet en Hij kent geen berouw; want Hij is geen mens, dat Hij berouw zou hebben’ (15:29 nbg-1951). Dat is eigenaardig. De verteller laat Samuël zeggen dat de God van Israël geen berouw kent, terwijl diezelfde verteller deze God sprekend opvoert met de mededeling aan Samuël dat het koningschap van Saul Hem berouwt. Hoe moeten we dit uitleggen? Kan God nu wel of geen berouw hebben?

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/NTT2015.69.270.STAA
2015-01-01
2022-01-21
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/NTT2015.69.270.STAA
Loading
  • Article Type: Research Article
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error