2004
Volume 16, Issue 1
  • ISSN: 1385-1535
  • E-ISSN: 1875-7324

Abstract

Het is de weerklank van deze oproep – Vraag het ze gewoon! – uit de mond van historicus en archivaris Rob Perks, hoofd van The British Sound Archive in Londen, die mij als militair historicus en curator van het Interviewproject Nederlandse Veteranen motiveerde om wat sociaalwetenschappelijke onderzoekers vanzelfsprekend vinden ter discussie te stellen. Perks, die leiding geeft aan het grootschalige project National Life Stories van The British Library, reageerde zo op de vraag of het bekend zijn van de identiteit van de geïnterviewden in zijn project niet problematisch was voor de diepte en informatierijkdom van de interviews en voor de omgang met de privacy van de respondenten door de raadplegers van het materiaal.In zijn optiek wordt er te snel van uitgegaan dat mensen alleen anoniem hun verhaal willen doen en dat als ze wel hun identiteit aan het interview koppelen, ze belangrijke informatie zullen achterhouden. Ook weerspreekt hij de overtuiging dat bekendheid van de naam bij de beheerders van het materiaal de respondenten kwetsbaar maakt voor misbruik en schending van privacy. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre een archivaris die in Groot-Brittannië als de hoeder van het oral history-erfgoed gezien kan worden, in staat is te beoordelen of bepaalde uitgangspunten van sociaalwetenschappelijk onderzoek die tot doel hebben mensen te beschermen en die gestoeld zijn op decennialange onderzoekservaring, zomaar aan de kant geschoven moeten worden.Feit is dat de maatschappij snel verandert, dat door individualisering en mondigheid mensen veel sterker geneigd zijn zelf te willen beslissen over ‘wat goed voor hen is’, en dat ervaringen die voorheen geassocieerd werden met het private/persoonlijke domein door de medialisering van het persoonlijke steeds vaker in het publieke domein zijn terug te vinden. Moet de onderzoeker zonder meer in deze ontwikkelingen meegaan?Nee, maar hij moet er wel kennis van nemen. Waar Perks voor pleit, zijn geen wildwesttoestanden met het vrijgeven van persoonlijke data aan Jan en alleman als de ‘argeloze verteller’ daar zijn fiat aan gegeven heeft. Hij pleit voor het combineren van ‘the best of both worlds’: de mogelijkheden voor gedifferentieerde toegang en bescherming van privacy die de archiefwetgeving in combinatie met ICT te bieden heeft, en het hele arsenaal aan zorgvuldig verzamelde kwalitatieve data dat veelal slechts eenmaal gebruikt wordt en na het publiceren van het onderzoeksresultaat – ongedigitaliseerd – in de kast verdwijnt.De voorwaarde voor deze combinatie is wel dat het langetermijnperspectief van archivering moet worden besproken met de respondent en moet worden geïntegreerd in het onderzoeksplan. De onderzoeker zou dus met het oog op een toekomstig raadpleger alle aan het onderzoek gerelateerde context moeten documenteren en op een toegankelijke manier ontsluiten. Ook zou hij bereid moeten zijn een deel van de aanvankelijk exclusieve relatie met zijn respondent op te geven. Anderen kunnen dan de wijze waarop hij of zij het materiaal geïnterpreteerd heeft, controleren en beoordelen.De mogelijkheid tot een ‘kijkje in de keuken van de data’ is bij andere wetenschapsgebieden zo vanzelfsprekend, dat het eigenlijk vreemd is dat het ontbreken daarvan in de wereld van de kwalitatieve data nooit geproblematiseerd is. Wel is het zo dat de vergroting van de werklast vertaald zou moeten worden in wetenschappelijke en financiële credits. Dan motiveer je pas onderzoekers om de onderzoekscultuur te veranderen.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/2011.016.001.014
2011-03-01
2021-12-02
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/2011.016.001.014
Loading
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error