2004
Volume 67, Issue 3
  • ISSN: 2542-6583
  • E-ISSN: 2590-3268

Abstract

De Masoretische accentuatie van de Hebreeuwse Bijbel geeft interessante informatie over de bijbelse tekst en haar interpretatie. Twee bijbelgedeelten die in de joodse en christelijke liturgie (de Decaloog, Ex. 20:2-17/Dt. 5:6-21 en de priesterlijke zegen, Num. 6:24-26) worden hier besproken om aan te tonen dat de accenten ons iets kunnen vertellen over de geschiedenis van de interpretatie van de tekst. Het wordt Besproken wordt de mogelijkheid dat de korte "geboden" (20:13-16; 5:17-20) kunnen worden gelezen als slechts ëën bicolon (distichon), wat aan de tekst een heel andere toon geeft, het kan daardoor minder massief overkomen. Op vergelijkbare wijze kan de priesterzegen gelezen worden als een strofe van twee bicola (disticha), wat juist de inhoud van de zegen met aan het eind een crescendo onderstreept, dit crescendo blijkt niet slechts uit het aantal letters, lettergrepen en woorden, maar ook uit de poëtische structuur. De verschillende indelingen van de Decaloog in de tradities (joods, rooms-katholiek, luthers en calvinistisch) zijn allemaal terug te vinden in de indeling van de Hebreeuwse tekst door middel van accentuatie en andere indicators, zoals petucha en setuma. Deze verschillende indelingen die al in de Masoretische tekst voor handen zijn, zijn belangrijke hulpmiddelen voor de exegeet om de tekst met een open geest te lezen en tot een beter verstaan van die tekst te komen.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/NTT2013.67.187.HOOP
2013-08-01
2021-12-07
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/NTT2013.67.187.HOOP
Loading
  • Article Type: Research Article
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error