2004
Volume 33, Issue 1
  • ISSN: 1573-9775
  • E-ISSN: 2352-1236

Abstract

Een rechter moet in zijn of haar motivering de ruwe feiten onder een rechtsregel brengen. Dat vergt interpretatie. Een consequentie van de waarden van rechtsgelijkheid en rechtseenheid is dat rechters zich bij zulke interpretatieve handelingen oriënteren op wat collega’s, met name ook ‘hogere’ collega’s hebben gedaan. Menen ze dat hun zaak vergelijkbaar is, dan is dat een krachtig argument om ook vergelijkbaar te beslissen. Menen ze dat de zaak contrair ligt, dan is dat een krachtig argument om anders, wellicht zelfs tegengesteld te beslissen. Men zou dus bij het passen van de ruwe feiten onder een regel in de lagere rechtspraak veel analogie of a contrario argumenten verwachten waarin de onderhavige casus met eerdere casus wordt vergeleken. Maar het tegendeel is het geval. In slechts 4 van de 100 uitspraken komt een expliciete argumentatie van dat type voor, terwijl maar in 17 van de 100 uitspraken enige expliciete referentie naar andere uitspraken voorkomt. Er is geen duidelijke verklaring waarom in deze 17 gevallen wel en in vele vergelijkbare gevallen niet wordt verwezen. De conclusie lijkt te moeten zijn dat hier in strijd met de verwachting sprake is van een impliciete en waarschijnlijk ook zeer indirecte vorm van intertextualiteit.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/TVT2011.1.WAAR392
2011-04-01
2021-12-03
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/TVT2011.1.WAAR392
Loading
  • Article Type: Research Article
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error