2004
Volume 27, Issue 2
  • ISSN: 0169-2216
  • E-ISSN: 2468-9424

Abstract

De arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen is relatief laag. Maar betekent dit ook dat hun binding met de arbeidsmarkt geringer is dan die van autochtonen? En – als ze aan het werk zijn – is hun positie dan ook onzekerder dan die van autochtonen? Deze bijdrage laat zien dat relatief veel niet-westerse allochtonen buiten de beroepsbevolking toch op werk zijn georiënteerd. Zo wil 20% werken in een baan van ten minste 12 uur per week en richt bijna 40% zich op een opleiding of studie. Maar áls ze aan het werk komen, dan is hun positie minder stabiel. Ze treden vaker toe tot de arbeidsmarkt in een flexibele baan, bijvoorbeeld als uitzendkracht. Mede daardoor komen niet-westerse allochtonen ook vaker in de werkloosheid terecht.Om de positie van niet-westerse allochtonen op de arbeidsmarkt te beschrijven wordt veelal gebruikgemaakt van standcijfers over de beroepsbevolking (zie bijv. CBS, 2010a; CBS, 2011a; Dourleijn & Dagevos, 2011; FORUM, 2010; Nievers & Andriessen, 2010). De focus ligt daarbij meestal op de arbeidsdeelname en de werkloosheid onder allochtonen. Van allochtonen die geen deel uitmaken van de beroepsbevolking, wordt niet vaak beschreven wat de redenen daarvoor zijn. Hun zogenaamde binding met de arbeidsmarkt blijft daardoor onderbelicht. Ook wordt meestal geen rekening gehouden met verschillen in de arbeidsmarktdynamiek tussen allochtonen en autochtonen.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/2011.027.002.187
2011-06-01
2021-11-28
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/2011.027.002.187
Loading
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error