2004
Volume 24, Issue 4
  • ISSN: 0169-2216
  • E-ISSN: 2468-9424

Abstract

De organisatie van de arbeid is gedurende de twintigste eeuw sterk veranderd (Boxall & Purcell, 2007; Sparks et al., 2001). Om de concurrentiekracht te behouden hebben organisaties een meer flexibele houding aangenomen. Bedrijven passen steeds vaker en sneller de kwaliteit en kwantiteit van hun personeel aan aan nieuwe eisen die een veranderende markt stelt. Goudswaard et al. (2000) noemen dit 'flexibilisering van de arbeid'. Voor het aanpassen van de kwantiteit van het personeel wordt gebruikgemaakt van flexibele contractvormen, zoals tijdelijke contracten, uitzendcontracten, oproepcontracten, freelancers en zelfstandigen. Deze vorm van flexibilisering wordt ook wel contractflexibiliteit genoemd. Het percentage werknemers met een tijdelijk contract is sinds 1990 meer dan verdubbeld in Nederland. In 1990 had ruim 7% van de Nederlandse werknemers een tijdelijk contract, in 2006 ligt dit percentage op ruim 16% (OECD, 2007). Dit percentage is iets hoger dan het gemiddelde van de Europese Unie, dat op 15% ligt (OECD, 2007). Bovendien is het einde van de flexibilisering nog niet in zicht. Een van de belangrijkste conclusies van een grootschalig onderzoek van TNO naar de toekomst van flexibele arbeid is dat Nederlandse bedrijven de grenzen van hun flexibiliteit nog niet hebben bereikt (Goudswaard et al., 2008). Voor een deel zullen bedrijven andere vormen van flexibiliteit gaan ontwikkelen, maar ook het percentage werknemers met een flexibel contract zal naar verwachting groeien.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/2008.024.004.005
2008-12-01
2022-05-19
Loading full text...

Full text loading...

http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/2008.024.004.005
Loading
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error