2004
Volume 25, Issue 2-3
  • ISSN: 1384-5845
  • E-ISSN: 2352-1171

Abstract

Abstract

Vandeweghe (2011

In this paper I argue for the positive aspects of the claim in Vandeweghe (2011) that there are two types of prepositional object: a primary and a secondary type, which have a different relationship to the predicate. The most discussed consequence of this theory is that it allows a simple sentence to contain two prepositional objects provided that they have a different hierarchical status. Here I focus on sentences with only one possible secondary prepositional object and no other objects. These sentences show that a fixed preposition is not a sufficient condition for a PP to be considered a secondary prepositional object; the preposition should also be used in a non-literal, abstract way. When it is difficult to decide whether this is the case, other semantic properties have to be taken into account, such as the reciprocal character of the predicate.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/NEDTAA2020.2-3.011.SCHE
2020-10-01
2022-05-19
Loading full text...

Full text loading...

References

  1. Beeken, J.(1993). Spiegelstructuur en variabiliteit. Leuven, Peeters.
    [Google Scholar]
  2. Broekhuis, H.(2004). Het voorzetselvoorwerp. Nederlandse Taalkunde9, 97-132.
    [Google Scholar]
  3. Broekhuis, H.(2014). Dubbel-voorzetselobjectconstructies? In: Van de VeldeF., SmessaertH., Van EyndeF. & VerbruggeS. (red.), Patroon en argument: Een dubbelfeestbundel bij het emeritaat van William Van Belle en Joop van der Horst. Leuven: Leuven University Press, 103-115.
    [Google Scholar]
  4. Broekhuis, H.(2019). Waarom (ik denk dat) een deelzin slechts één voorzetselvoorwerp kan bevatten. Nederlandse Taalkunde24, 15-26.
    [Google Scholar]
  5. Broekhuis, H., CorverN. & VosR. (2015/2019). Syntax of Dutch: verbs and verb phrases, volume I. Amsterdam: Amsterdam University Press. <www.taalportaal.org>
    [Google Scholar]
  6. Colleman, T.(2014). Nog eens de dubbel-voorzetselobjectconstructie. In: Van de VeldeF., SmessaertH., Van EyndeF. & VerbruggeS. (red.), Patroon en argument: Een dubbelfeestbundel bij het emeritaat van William Van Belle en Joop van der Horst. Leuven: Leuven University Press, 115-128.
    [Google Scholar]
  7. Driel, H. van, van den ToornM. C. & VullingsH. L. M.(1978). Intuïties omtrent het voorzetselvoorwerp. Gramma2, 37-51.
    [Google Scholar]
  8. Duinhoven, A.M.(1989). Het voorzetselvoorwerp. Een zinspatroon in wording. De nieuwe taalgids82, 40-55.
    [Google Scholar]
  9. Haeseryn, W., RomijnK., GeertsG., de RooijJ. & van den ToornM. C.(1997). Algemene Nederlandse Spraakkunst. Tweede editie. Groningen: Martinus Nijhoff, Deurne: Wolters Plantyn.
    [Google Scholar]
  10. Hertog, C. H. den(1892). Nederlandsche Spraakkunst. Amsterdam, W. Versluys.
    [Google Scholar]
  11. Klooster, W.(2001). Grammatica van het hedendaags Nederlands. Een volledig overzicht. Den Haag, Sdu Uitgevers.
    [Google Scholar]
  12. Paardekooper, P. C. (z.j.)7. Beknopte ABN-syntaksis. Eindhoven.
    [Google Scholar]
  13. Schermer-Vermeer, I.(1988). De grammatische status van het zogenaamde ‘voorzetselvoorwerp’. GLOT11, 11-27.
    [Google Scholar]
  14. Schermer-Vermeer, I.(1990). Het voorzetselvoorwerp en het begrip ‘vorm’. De nieuwe taalgids83, 238-248.
    [Google Scholar]
  15. Schermer-Vermeer, I.(1991). Substantiële versus formele taalbeschrijving: het indirect object in het Nederlands. Amsterdam, Faculteit der letteren.
    [Google Scholar]
  16. Schermer-Vermeer, I.(2006). Worstelen met het voorzetselvoorwerp. Nederlandse Taalkunde11, 146-168.
    [Google Scholar]
  17. Schermer-Vermeer, I.(2007). Worstelen rond het voorzetselvoorwerp: een reactie op de opmerkingen van Hans Broekhuis. Nederlandse Taalkunde12, 358-366.
    [Google Scholar]
  18. Schermer-Vermeer, I. (2019a). Waarom zou een zin geen twee voorzetselvoorwerpen kunnen bevatten?Nederlandse Taalkunde24, 3-15.
    [Google Scholar]
  19. Schermer-Vermeer, I. (2019b). Nogmaals: de invloed van een grammaticamodel op de keuze voor het aantal voorzetselvoorwerpen in een deelzin. Nederlandse Taalkunde24, 27-37.
    [Google Scholar]
  20. VanDale (200514). Groot woordenboek van de Nederlandse taal. Utrecht/Antwerpen, Van Dale Lexicografie.
    [Google Scholar]
  21. Vandeweghe, W.(2011). Het voorzetselvoorwerp en de hiërarchie der objecten. Nederlandse Taalkunde16, 88-102.
    [Google Scholar]
  22. Vandeweghe, W.(2013). Grammatica van de Nederlandse zin. Antwerpen-Apeldoorn, Garant.
    [Google Scholar]
  23. Vandeweghe, W.(2014). Met valt niet altijd samen met samen met. Een repliek op Broekhuis (2014). Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde124, 1-12.
    [Google Scholar]
  24. Vandeweghe, W.(2015). Het voorzetselvoorwerp als boomende categorie. In: HogewegL., LestradeS. & de SwartP. (red.), Addenda. Artikelen voor Ad Foolen. Nijmegen: Radboud Universiteit, 453-469.
    [Google Scholar]
  25. Vandeweghe, W. & CollemanT.(2011). Drie-argumentstructuurconstructies met een voorzetselobject. Verslagen & Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde121, 205-228.
    [Google Scholar]
http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/NEDTAA2020.2-3.011.SCHE
Loading
/content/journals/10.5117/NEDTAA2020.2-3.011.SCHE
Loading

Data & Media loading...

  • Article Type: Research Article
Keyword(s): object hierarchy; participant; prepositional object; reciprocal predicate
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error