2004
Volume 73, Issue 1
  • ISSN: 0039-8691
  • E-ISSN: 2215-1214

Abstract

Abstract

In his (1874) Johan Winkler stated, after consultation with Jan ter Gouw, that in 19th-century Amsterdam 19 different dialects could be distinguished. This article investigates whether it is possible to find evidence for this assertion in the surviving language material. For this purpose all language phenomena mentioned in 57 sources up till the mid-twentieth century have been put into a database, with information on the neighbourhood where they were used, and other metadata. The resulting database contains 9000 language phenomena of which around 4000 could be linked to a specific neighbourhood. From this it appeared that the number of 19 dialects mentioned by Winkler and Ter Gouw is an exaggeration: on the basis of the available linguistic information, we can only distinguish 5 of the 19 dialects mentioned by them. Next to these, however, we can distinguish a dialect not mentioned by Winkler and Ter Gouw, that of the higher classes (spoken along the Herengracht and Keizersgracht), and 5 sociolects or technical jargons: the of thieves and tramps, the jargons of diamond workers, dock-workers, street musicians and players of bingo. Around 1900 the variation is reduced and the dialects gradually merged into a more or less uniform Amsterdam city dialect, due to mobility of labour.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/TET2021.2.VAND
2021-09-01
2021-10-26
Loading full text...

Full text loading...

/deliver/fulltext/00398691/73/1/02_TET2021_1_VAND.html?itemId=/content/journals/10.5117/TET2021.2.VAND&mimeType=html&fmt=ahah

References

  1. Alberdingk Thijm, J.A.(1874), ‘Nog ander Amsterdamsch’ [Weesper Bierkaais en hogere klasse], in: Dietsche Warande, 10, 580-588.
    [Google Scholar]
  2. Alberdingk Thijm, J.A.(1880), ‘It spreukie van knubbeluitezak (Amsterdamsch der deftige burgers van 1825)’, in: Volksalmanak voor Nederlandsche Katholieken, jaargang 29, 163-169; ook in: Van Ginneken (1913).
    [Google Scholar]
  3. Alberdingk Thijm, J.A. & W.W.van Lennep(1885), ‘Het tegenwoordig Amsterdamsch; volgens nasporingen’, in: Onze Volkstaal, 2, 121-136.
    [Google Scholar]
  4. Bovenkerk, woordenlijst uit ongepubliceerde scriptie, verkort gepubliceerd in: Bovenkerk, H.(1938), ‘De taal der amsterdamse veemarbeiders’, in: De Nieuwe Taalgids32, 337-354.
    [Google Scholar]
  5. Briefwisseling Ter Gouw met Winkler (Ter Gouw 18 november 1870), voor de publicatie in Winkler1874.
    [Google Scholar]
  6. Canter, B.(1904), Kalverstraat, Amsterdam.
  7. Daan, Jo(1969), Dialektatlas van Noord-Holland, Antwerpen.
  8. Dekker, M.(1949), Amsterdam bij gaslicht, Utrecht.
  9. Dibbets, G.R.W.(1972), ‘J.A. Alberdingk Thijm als beschrijver van het Amsterdams’, in: Taal & Tongval24, 143-161.
    [Google Scholar]
  10. Dijkhuis, H.(1939), Vijftig dagen in een Jordaans kosthuis, Amsterdam.
  11. D.K.(1914). ‘De Amsterdamsche Volkstaal’, in: Amstelodamum: Maandblad voor de kennis van Amsterdam, eerste jaargang, 84-86, Amsterdam.
    [Google Scholar]
  12. Elsensohn, J.(1930), Arie. Roman uit de Jordaan, Amsterdam.
  13. Feith, J.(1907), In de Amsterdamsche Jodenbuurt, Amsterdam.
  14. Francq van Berkhey, J. le (1772-1776), Natuurlyke historie van Holland, deel 3, Amsterdam.
  15. Ginneken, Jac. van(1913), Handboek der Nederlandsche taal, Nijmegen, deel 1: ‘Amsterdamsch’, met diverse bronnen, pp. 42-57.
  16. Ginneken, Jac. van(1914), Handboek der Nederlandsche taal, Nijmegen, deel 2: ‘Hoofdstuk 1. De Jodentaal’, m.n. pp. 43-44.
  17. –‘Amsterdamse straatroepen’, pp. 211-212
  18. –‘De diamantslijperstaal’, p. 293-304.
  19. Ginneken, Jac. van & J.Endepols(1931), De regenboogkleuren van Nederlands taal, ’s-Hertogenbosch.
  20. Gouw, J. ter(1874), ‘Kalverstraatsch’, in: Dietsche Warande10, 571-579.
    [Google Scholar]
  21. Jong, H. de(1991), Amsterdam en de Jordaan, Zaltbommel.
  22. Jager, W. de(1933), ‘Iets over veemarbeiders en hun taal’, in: Eigen VolkV, 77-84, 97-105.
    [Google Scholar]
  23. J.R. (1978), ‘Veemtelling’, in: Onze Taal47, pp. 1-2.
    [Google Scholar]
  24. J.W.E. (1919), ‘Amsterdamsche woorden’, in: Amstelodamum: Maandblad voor de kennis van Amsterdam, zesde jaargang, 39, 94, Amsterdam.
    [Google Scholar]
  25. Haeringen, C.B. van(1972), ‘Amsterdams van Multatuli’, in: De Nieuwe Taalgids65, 370-376.
    [Google Scholar]
  26. Kamp, Justus van de(2005), ‘Het Jodenhoeks, “een echt joden spoegsprakie”’, in: Wereldnederlands, red. N.van der Sijs, Den Haag, 79-110.
    [Google Scholar]
  27. Kate, Lambert ten(1723), Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake, 2 delen, Amsterdam.
  28. Kloeke, G.G.(1934), De Amsterdamse volkstaal voorheen en thans. Mededelingen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afd. Letterkunde, 77A. no. 1Amsterdam: N.V. Noord-Hollandsche Uitgevers-Maatschappij.
  29. Klöters, J.(2001), Bij ons in de Jordaan, Amsterdam.
  30. Lennep, J. van(1845), Proeve van Platamsterdamsch door Mr J. van Lennep met ophelderende aanmerkingen van Dr J.H. Halbertsma, ten dienste van Dr J.M. Firmenich’s Germaniens Völkerstimmen, Deventer.
  31. Moormann, J.G.M.(2002). De geheimtalen, red. Nicoline van der Sijs, Amsterdam: L.J. Veen:
  32. - Auteur onbekend (± 1800). Geheimtaal van de Brabantse Bende (lijst van woorden uit de processtukken van Jan de Brabander). Bron 8 en 53 (gecorrigeerde versie).
    [Google Scholar]
  33. - Auteur onbekend(1731). Cartouche, of de Gestrafte Booswicht, uyt het Fransch in Nederduitsche Vaerzen nagevolge. Amsterdam: Johannes de Ruyter. Bron 5.
    [Google Scholar]
  34. - Auteur onbekend(1927). De Misdadige cel. Uit het leven van een ontslagen gevangene. Het Leven, 25 juni 1927. Bron 34.
    [Google Scholar]
  35. - Bolhuis, E.G. van(1937). De Gabbertaal. Woordenlijst van het Bargoens. Rijswijk: Kramers. Bron 56.
    [Google Scholar]
  36. - ‘Brandkast-Hein’(1950). Dieventaal. Amsterdam. Bron 59.
    [Google Scholar]
  37. - Eikenhorst, L. van[pseudoniem van J. de Vries] (1844). De verborgenheden van Amsterdam. Deel II. Amsterdam: S.H. Spree. Bron 54.
    [Google Scholar]
  38. - Feith, J.(z.j.). Op het dievenpad. Verhalen uit het leven van een Amsterdamschen Rechercheur. Naverteld door Jan Feith (tweede druk 1924). Amsterdam. (Verklaring van eenige woorden uit de dieventaal: Aanhangsel 157-160) Bron 33.
    [Google Scholar]
  39. - Köster Henke, W.L.H.(1906). De boeventaal. Zakwoordenboekje van het Bargoensch, of De taal van de jongens van de vlakte, in woorden en zinnen alphabetisch gerangschikt. Met een voorwoord van W.L.H. Köster Henke. Dockum: Schaafsma & Brouwer. Bron 32.
    [Google Scholar]
  40. - Kunstgenootschap N.V.A. (1669-1690). De gelukte list of Bedrooge Mof. Tweede druk. Amsterdam: Gedrukt voor het Kunstgenootschap en te bekomen bij de erven van J. Lescaille, 1704. Bron 3.
    [Google Scholar]
  41. - Nepveu, J.J.D.(1842). Een biddersoproer. Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, deel XLV, afl. 23, 117. Bron 10.
    [Google Scholar]
  42. - Querido, I. (1912-1925). De Jordaan: Amsterdamsch epos (4 delen). Bron 60.
  43. - Sluijser, M.(z.j.) Jiddisch uit Amsterdam (vóór 1940). Bron57.
    [Google Scholar]
  44. Nono [pseudoniem van J.B. Uges](1930), Amsterdammers. Tweede druk. Amsterdam.
  45. Peters, J.M.L.(1949), Klankleer van het Jordaansch, bibliotheek Meertens Instituut Amsterdam. Bevat ook: Terminologie van Amsterdamsche straatmuzikanten, meegedeeld door L.W. Visser.
  46. Sagers, F. Hz.(1907), Amsterdamsche straatroepen, bibliotheek Meertens InstituutAmsterdam.
  47. Sluyser, Meyer(1950), Hun lach klinkt van zover, Amsterdam.
  48. Smis, G.P.(1939), Het spionnetje, roman uit de Jordaan, Amsterdam.
  49. Smis, G.P.(1943), De smederij bij den Westertoren. Roman uit de Jordaan, Amsterdam.
  50. Smis, G.P.(1955), Het nieuwe Spionnetje. Onder de schaduw van de Westertoren. Roman uit de Jordaan, Antwerpen.
  51. Stokvis, B.J.(1924), Wrange vruchten, Amsterdam.
  52. Stroop, J.(1999), ‘Amsterdam: Burgerlijk Amsterdams’, in: J. Kruijsen & N.van der Sijs (red.), Honderd jaar stadstaal, 103-120, Amsterdam/Antwerpen.
    [Google Scholar]
  53. Winkler, J.(1874), Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon, Den Haag; ‘116. De stad Amsterdam’, deel 2, p. 84-97.
  54. Wolthuis, J.(1918), ‘Amsterdamsche woorden’, in: Vragen van den Dag 33, 271-281.
    [Google Scholar]
  55. Wolthuis, J.(1919), ‘Amsterdamsche woorden’, in: Vragen van den Dag34, 765-776.
    [Google Scholar]
  56. Berns, Jan(1993): zie Daan 1948.
    [Google Scholar]
  57. Bovenkerk, H.(1938), ‘De taal der amsterdamse veemarbeiders’, in: De Nieuwe Taalgids32, 337-354.
    [Google Scholar]
  58. Commandeur, P.N.M. (1988-1989), ‘Het ontstaan van het moderne Amsterdams. Over een verband tussen maatschappelijke ontwikkeling en taalontwikkeling’, in: Taal & Tongval40: 159-172 en 41: 1-21.
    [Google Scholar]
  59. Daan, J.(1948), Hij zeit wat. Grepen uit de Amsterdamse Volkstaal, Amsterdam; in 1993 nieuwe uitgave door J. Berns.
  60. Daan, J.(1954), ‘Amsterdamse Dialecten in het Verleden’, in: Van Dillen & Daan (red.), pp. 13-24,
    [Google Scholar]
  61. Daan, Jo(1955), ‘De Amsterdamse olievlek’, in: Taal & Tongval7: 120-129.
    [Google Scholar]
  62. Daan, Jo(1958), ‘Amsterdamse dialekten’, in: Taal & Tongval10: 166.
    [Google Scholar]
  63. Daan, Jo(1969), Dialektatlas van Noord-Holland, Antwerpen.
  64. Daan, Jo & MarieJ.Francken (1972-1977), Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling, 2 delen, Amsterdam.
  65. Dibbets, G.R.W.(1972), ‘J.A. Alberdingk Thijm als beschrijver van het Amsterdams’, in: Taal & Tongval24, 143-161.
    [Google Scholar]
  66. Dillen, J.G. van & J.Daan(red.) (1954), Bevolking en Taal van Amsterdam in het Verleden. (Bijdragen en Mededelingen der Dialectencommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, XIV), Amsterdam.
  67. Gaalen, Ad van(1989), Stadsplat. De dialecten van de zes grote steden, Groningen.
  68. Ginneken, Jac. van (1913-1914), Handboek der Nederlandsche taal, 2 delen, Nijmegen.
    [Google Scholar]
  69. Ginneken, Jac. van & J.Endepols(1931), De regenboogkleuren van Nederlands taal, ’s-Hertogenbosch, 2e druk.
  70. Hoppenbrouwers, Cor en Geer(2001), De indeling van de Nederlandse streektalen, Assen.
  71. Kamp, Justus van de(2005), ‘Het Jodenhoeks, “een echt joden spoegsprakie”’, in: Wereldnederlands, red. N. van der Sijs, Den Haag, 79-110.
    [Google Scholar]
  72. Kruizinga, J.H.(1997), Haal op die hei! Grepen uit de geschiedenis van het heien, Amsterdam.
  73. Schatz, H.F.(1986), Plat Amsterdams in its social context: a sociolinguistic study of the dialect of Amsterdam, Amsterdam.
  74. Schatz, Henriëtte(1987), Lik op stuk. Het dialect van Amsterdam, ’s-Gravenhage.
  75. Sijs, Nicoline van der (samensteller)(2010), Etymologiebank, op etymologiebank.nl/
    [Google Scholar]
  76. Sijs, Nicoline van der (hoofdredactie)(2011), Dialectatlas van het Nederlands, Amsterdam: Bert Bakker; cartografie: Geografiek.
  77. Stroop, J.(1999), ‘Amsterdam: Burgerlijk Amsterdams’, in: J.Kruijsen & N.van der Sijs (red.), Honderd jaar stadstaal, 103-120, Amsterdam/Antwerpen.
    [Google Scholar]
  78. Weijnen, A.A.(1949), ‘Amsterdamsch dialect’, in: Katholieke Encyclopaedie, tweede druk, Amsterdam/Antwerpen, deel 2.
    [Google Scholar]
  79. Wennekes, Emile en Louis Grijp(2002), De hele dag maar op en neer. Over heien, heiliedjes en hoofdstedelijke muziekgebouwen, Amsterdam.
http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/TET2021.2.VAND
Loading
/content/journals/10.5117/TET2021.2.VAND
Loading

Data & Media loading...

  • Article Type: Research Article
Keyword(s): Amsterdam; dialects; jargon; language contact; migration; nineteenth century; sociolects
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error