2004
Volume 37, Issue 2
  • ISSN: 0169-2216
  • E-ISSN: 2468-9424

Abstract

Samenvatting

Hoe komt het dat werknemers in post-Fordistische arbeidsorganisaties vaak meer uren werken dan zij eigenlijk zouden willen? Dit verband tussen ‘nieuwe’ arbeidscondities en een ‘mismatch’ tussen feitelijke en gewenste arbeidsuren is eerder vastgesteld, maar de precieze verklaring is in het vage gebleven. Het omvangrijke Nederlandse Time Competition onderzoek van kort na de eeuwwisseling suggereerde met zijn naam dat concurrentie tussen werknemers het dragende mechanisme vormt, maar deze suggestie is in het project destijds niet nauwkeurig getoetst. Dat is onbevredigend, temeer omdat in recentere literatuur een alternatief mechanisme wordt voorgesteld dat de tijdgulzigheid juist zoekt in door teamproductie aangedreven doeloriëntatie. Een dergelijke ‘joint production motivation’ verdraagt zich slecht met door individuele incentives aangestuurde concurrentieprocessen. De data van het Time Competition project, met informatie over 1114 werknemers uit 30 organisaties, bieden een nog onbenutte mogelijkheid tot een rivaliserende toetsing van beide verklaringen. Deze neemt de vorm aan van een mediatie-analyse, waarin het tijdconcurrentiemechanisme zich moet bewijzen en de op samenwerking gebaseerde theorie de nulhypothese stelt. De laatste komt als duidelijke winnaar uit deze strijd naar voren.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/TVA2021.2.004.GLEB
2021-01-01
2021-07-23
Loading full text...

Full text loading...

References

  1. Angrave, D., & Charlwood, A. (2015). What is the relationship between long working hours, over-employment, under-employment and the subjective well-being of workers? Longitudinal evidence from the UK. Human Relations, 68(9), 1491–1515.
    [Google Scholar]
  2. Bielenski, H., Bosch, G., & Wagner, A. (2002). Working time preferences in sixteen European countries. Dublin: European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions.
  3. Böheim, R., & Taylor, M.P. (2004). Actual and preferred working hours. British Journal of Industrial Relations, 42(1), 149–166.
    [Google Scholar]
  4. Cappelli, P., Bassi, L., Katz, H., Knoke, D., Osterman, P., & Useem, M. (1997). Change at work. Oxford University Press.
  5. Collewet, M., De Grip, A., & De Koning, J. (2017). Conspicuous work: Peer working time, labour supply, and happiness. Journal of Behavioral and Experimental Economics, 68, 79–90.
    [Google Scholar]
  6. De Ruijter, E. (2005). Household outsourcing (Proefschrift). Universiteit Utrecht.
    [Google Scholar]
  7. Eastman, W. (1998). Working for position: Women, men, and managerial work hours. Industrial Relations, 37(1), 51–66.
    [Google Scholar]
  8. Fagan, C., & Warren, T. (2001). Gender, employment and working time preferences in Europe. Dublin: European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions.
  9. Fouarge, D., & Baaijens, C. (2003). Veranderende arbeidstijden. Slagen werknemers er in hun voorkeuren te realiseren? OSA-rapport A199. Den Haag: Sdu.
  10. Fouarge, D., & Luijkx, R. (2004). Career consequences of part-time work: Results from Dutch panel data 1990–2001. OSA Publicatie A206. Tilburg: Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek.
  11. Fouarge, D., & Muffels, R. (2009). Working part-time in the British, German and Dutch labour market: Scarring for the wage career?Schmollers Jahrbuch, 129, 217–226.
    [Google Scholar]
  12. Glebbeek, A., & Van Smeden, E. (2009). Het werk blijft liggen: Oorzaken en gevolgen van onvervangbaarheid van werkzaamheden. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 25(4), 377–393.
    [Google Scholar]
  13. Glebbeek, A., & Van der Lippe, T. (2004). Tijdconcurrentie: een individueel of maatschappelijk probleem?Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 20(1), 8–20.
    [Google Scholar]
  14. Hillebrink, C. (2006). Flexible benefit plans in Dutch organisations (Proefschrift). Universiteit Utrecht.
    [Google Scholar]
  15. Hooftman, W.E., Van Dam, L.M.C., De Vroome, E.M.M., & Van den Bossche, S.N.J. (2017). Onbetaald overwerk in Nederland. Leiden: TNO.
  16. Landers, R.M., Rebitzer, J.B., & Taylor, L.J. (1996). Rat race redux: Adverse selection in the determination of work hours in law firms. American Economic Review, 86(3), 329–348.
    [Google Scholar]
  17. Lewis, S. (2003). The integration of paid work and the rest of life. Is post-industrial work the new leisure?Leisure Studies, 22(4), 343–345.
    [Google Scholar]
  18. Lindenberg, S. (2013). Cognition and governance: Why incentives have to take a back seat. In A.Grandori (ed.), Handbook of economic organization. Integrating economic and organization theory. Cheltenham: Edward Elgar.
    [Google Scholar]
  19. Lindenberg, S., & Foss, N.J. (2011). Managing joint production motivation: The role of goal framing and governance mechanisms. Academy of Management Review, 36(3), 500–525.
    [Google Scholar]
  20. Messenger, J.C. (ed.) (2004). Working time and workers’ preferences in industrialized countries: Finding the balance. London: Routledge.
  21. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2011). Evaluatie levensloopregeling. Den Haag: SZW.
  22. NOS. (2017). Mailt je baas in de avond? In Frankrijk hoef je niet meer te reageren. Retrieved from: http://nos.nl/op3/artikel/2150987-mailt-je-baas-in-de-avond-in-frankrijk-hoef-je-niet-meer-te-reageren.html
  23. Perlow, L.A. (1999). The time famine: Toward a sociology of work time. Administrative Science Quarterly, 44(1), 57–81.
    [Google Scholar]
  24. Peters, P., Den Dulk, L., & Van der Lippe, T. (2008). Effecten van tijd-ruimtelijke flexibiliteit op de balans tussen werk en privé. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 24(4), 341–362.
    [Google Scholar]
  25. Peters, P., & Van der Lippe, T. (2007). The time-pressure reducing potential of telehomeworking: The Dutch case. The International Journal of Human Resource Management, 18(3), 430–447.
    [Google Scholar]
  26. Plantenga, J., Schippers, J., & Siegers, J. (1999). Towards an equal division of paid and unpaid work: The case of the Netherlands. Journal of European Social Policy, 9(2), 99–110.
    [Google Scholar]
  27. Podsakoff, P.M., MacKenzie, S.B., Lee, J.-Y., & Podsakoff, N.P. (2003). Common method biases in behavioral research: A critical review of the literature and recommended remedies. Journal of Applied Psychology, 88(5), 879.
    [Google Scholar]
  28. Schor, J. (1992). The overworked American: The unexpected decline of leisure. New York: Basic Books.
  29. Sennett, R. (1998). The corrosion of character: The personal consequences of work in the new capitalism. New York: WW Norton & Company.
  30. Simon, H.A. (1947). Administrative behavior. New York: Macmillan. Retrieved from https://books.google.nl/books?id=jmzWLn8pBKUC
  31. Smith, S.W. (1994). Labour economics. London: Routledge. Retrieved from https://books.google.nl/books?id=4EnFAAAAIAAJ
  32. Smulders, P., & De Feyter, M. (2001). Gewenste arbeidsduur, deeltijdbeleid van bedrijven en beïnvloedende factoren. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 17(2), 119–136.
    [Google Scholar]
  33. Snijders, T.A.B., & Bosker, R.J. (2011). Multilevel analysis: An introduction to basic and advanced multilevel modeling. London: Sage.
  34. Sommet, N., & Morselli, D. (2017). Keep calm and learn multilevel logistic modeling: A simplified three-step procedure using Stata, R, Mplus, and SPSS. International Review of Social Psychology, 30, 203–218.
    [Google Scholar]
  35. Stewart, M.B., & Swaffield, J.K. (1997). Constraints on the desired hours of work of British men. The Economic Journal, 107(441), 520–535.
    [Google Scholar]
  36. Van der Lippe, A.G., & Peters, P. (2007). Competing claims in work and family life. Cheltenham: Edward Elgar.
  37. Van der Lippe, T., & Glebbeek, A. (2003). Time Competition Survey. Machine readable dataset.Utrecht University/Groningen: ICS.
  38. Van Echtelt, P. (2007). Time-greedy employment relationships: Four studies on the time claims of post-Fordist work (Proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen.
    [Google Scholar]
  39. Van Echtelt, P.E., Glebbeek, A.C., & Lindenberg, S.M. (2006). The new lumpiness of work: Explaining the mismatch between actual and preferred working hours. Work, Employment and Society, 20(3), 493–512.
    [Google Scholar]
  40. Van Echtelt, P., & Smulders, P. (2003). Waarom werknemers overuren maken: Drie mechanismen getoetst. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 19(4), 272–285.
    [Google Scholar]
  41. Visser, J. (2002). The first part-time economy in the world: A model to be followed?Journal of European Social Policy, 12(1), 23–42.
    [Google Scholar]
  42. VSNU. (2019). Ruimte voor ieders talent. Naar een nieuwe balans in het erkennen en waarderen van wetenschappers. Position paper. Den Haag: VSNU.
  43. Wotschack, P. (2009). Household governance and time allocation: Four studies on the combination of work and care (Proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen.
    [Google Scholar]
http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/TVA2021.2.004.GLEB
Loading
/content/journals/10.5117/TVA2021.2.004.GLEB
Loading

Data & Media loading...

This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error