Spotheldendichten uit de achttiende eeuw | Amsterdam University Press Journals Online
2004
Volume 138, Issue 3
  • ISSN: 0040-7550
  • E-ISSN: 2212-0521

Abstract

Abstract

Mock epics are a burlesque genre that was mainly popular in the sixteenth and seventeenth centuries. A distinguishing feature is that the elevated style of the classical epic poem is adapted to a commonplace subject or character (or vice versa). Although still practised in the eighteenth century, the genre has never been researched for the Dutch language area before. This may be due to the fact that the labels differ considerably, but also because form and content vary widely from that of the epic, from which they were originally derived. Whereas some mock epics describe the reputed heroic feats of a protagonist, in others the main character remains in the background or is even altogether absent. In one or two cases, the poem is actually written in prose. Jean Guépin’s previously unpublished (Vlissingen Fair) of 1765 demonstrates that the genre characteristics were not always clear cut even to contemporaries.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/TNTL2022.3.002.VLIE
2022-10-01
2024-05-29
Loading full text...

Full text loading...

References

  1. Broich2010 – U.Broich, The Eighteenth-Century Mock-Heroic Poem. Vert. D.H.Wilson. Cambridge/New York/Melbourne: Cambridge University Press, 2010.
    [Google Scholar]
  2. Buijnsters1984 – P.J.Buijnsters, Wolff en Deken. Leiden: Martinus Nijhoff, 1984.
    [Google Scholar]
  3. Buijnsters1987 – P.J.Buijnsters (ed.), Briefwisseling van Betje Wolff en Aagje Deken. Deel 1. Utrecht: HES & De Graaf Publishers, 1987.
    [Google Scholar]
  4. D’haene2021 – E.D’haene, ‘Zorgeloos plezier. Stedelijke promotie van de kermiscultuur in de Oostenrijkse Nederlanden’. In: Tijdschrift voor Geschiedenis134 (2021) 1, p. 26-46.
    [Google Scholar]
  5. De Dobbeleer & Madelein2015 – M.De Dobbeleer, Chr.Madelein, ‘Boileau verraden. Kan burleske epiek grote nationale gevoelens opwekken? Over V.A.C. Le Plats “Vlaamse” (en een Oekraïense) Aeneistravestie’. In: T.Hermans, G.Martens & N.Theisen (red.), Grote gevoelens in de literatuur. Gent: Academia Press, 2015, p. 65-78.
    [Google Scholar]
  6. Van Doorninck1883 – J.I.van Doorninck, Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren. Deel 1. Leiden: E.J. Brill, 1883.
    [Google Scholar]
  7. Van Druenen2015 – P.van Druenen, Vissers, kapers, arbeiders. Vlissingen 700 jaar stadsrechten. Vlissingen: Stichting Historische Publicaties Schelde-estuarium, 2015.
    [Google Scholar]
  8. Engelsman2013 – JeanBaptisteLouisGresset, Ver-vert, of De reizen van de papegaai van de Visitatie van Nevers. Heroï-komisch gedicht in vier zangen. Ed. J.Engelsman. Amsterdam: Académie Ver-Vert, 2013.
    [Google Scholar]
  9. Geerars1967 – C.M.Geerars, ‘Het epyllion en de structuur van Tollens’ Overwintering op Nova Zembla’. In: Nieuwe Taalgids60 (1967), p. 361-372.
    [Google Scholar]
  10. Geerars1968 – C.M.Geerars, ‘Het komische epyllion Batrachomyomachia en zijn Nederlandse bewerkingen’. In: Nieuwe Taalgids61 (1968), p. 361-378.
    [Google Scholar]
  11. Groenenboom-Draai1994 – E.Groenenboom-Draai, De Rotterdamse woelreus: de Rotterdamsche Hermes (1720-’21) van Jacob Campo Weyerman. Cultuurhistorische verkenningen in een achttiende-eeuwse periodiek. Amsterdam: Rodopi, 1994.
    [Google Scholar]
  12. Hanou2006 – A.Hanou (ed.), Nijmeegse mutsen. Een satire uit 1792. E.J.B. Schonck, De Bonheurs uit de mode. Heldendicht. Leuth: Astraea, 2006.
    [Google Scholar]
  13. Hanou2007 – Elisabeth BekkerWolff, AgathaDeken, Geschrift eener bejaarde vrouw. Ed. A.Hanou. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2007.
    [Google Scholar]
  14. Honings2010 – R.Honings, ‘“Dat lasterschrift! – helaas! – moest nog te voorschyn komen”. Over het antistadhouderlijke pamflet De Oranjebomen (1782)’. In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman33 (2010), p. 11-24.
    [Google Scholar]
  15. Jansen1987 – G.H.Jansen, Een roes van vrijheid. Kermis in Nederland. Meppel/ Amsterdam: Boom, 1987.
    [Google Scholar]
  16. Jensen2018 – L.Jensen, ‘Twee maal springtij. Het Nederlandse epos tussen 1780 en 1850’. In: Spiegel der Letteren60 (2018) 1, p. 59-80.
    [Google Scholar]
  17. Johannes & Leemans2013 – G.-J.Johannes & I.Leemans, Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: de Republiek. Amsterdam: Bert Bakker, 2013.
    [Google Scholar]
  18. Knuvelder1971-1973 – G.P.M.Knuvelder, Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 2 en 3. ’s-Hertogenbosch: Malmberg, 1971-1973.
    [Google Scholar]
  19. Laureys1978 – Willem GodschalkFocquenbroch, Typhon of De reusen-strijdt. Ed. L.Laureys. Zutphen: Thieme, 1978.
    [Google Scholar]
  20. Posthuma2007 – D.C.A.K.[Carl Arnold Kortum], De Jobsiade. Een grotesk-komisch heldengedicht. In drie delen. Ed. en vert. A.Posthuma. Groningen: Uitgeverij Kleine Uil, 2007.
    [Google Scholar]
  21. Kossmann1915 – E.F.Kossmann, Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van het Nederlandsche tooneel in de 17e en 18e eeuw. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1915.
    [Google Scholar]
  22. Lambrechtsen1819 – [N.C.Lambrechtsen], ‘Hulde aan de nagedachtenis van wijlen Jan Guepin, weleer schepen en raad der stad Vlissingen, en aldaar overleden in den jare 1766’. In: Mnemosyne6 (1819), p. 177-202.
    [Google Scholar]
  23. Nagtglas1860 – F.Nagtglas (ed.), De algemeene kerkeraad der Nederduitsch-Hervormde Gemeente te Middelburg van 1574-1860. Middelburg: J.C. & W. Altorffer, 1860.
    [Google Scholar]
  24. Peereboom1995 – M.Peereboom, ‘Salomon van Rusting: rehabilitatie van een drekpoëet’. In: Literatuur12 (1995), p. 9-16.
    [Google Scholar]
  25. Robertson2009 – R.Robertson, Mock-Epic Poetry from Pope to Heine. Oxford/New York: Oxford University Press, 2009.
    [Google Scholar]
  26. Roscam Abbing1999 – M.Roscam Abbing, Rembrandt toont sijn konst. Bijdragen over Rembrandt-documenten uit de periode 1648-1756. Leiden: Primavera Pers, 1999.
    [Google Scholar]
  27. Schilders & Hulsenboom2015 – NicholasBoileau-Despréaux, De Lutrijn. Komisch epos in zes zangen. Ed. E.Schilders & M.Hulsenboom. Tweede druk. Tilburg: Bibliomachia, 2015.
    [Google Scholar]
  28. Schmidt1953 – K.Schmidt, Vorstudien zu einer Geschichte des komischen Epos. Halle an der Saale: Max Niemeyer Verlag, 1953.
    [Google Scholar]
  29. Seidel2003 – R.Seidel, ‘Satirische Kleinepik im Kontext Ständischer Auseinandersetzungen. Die Georgarchontomachia (1673) von Petrus Johannes Beronicius’. In: Daphnis32 (2003), p. 699-719.
    [Google Scholar]
  30. Smit1983 – W.A.P.Smit, Kalliope der Nederlanden. Het renaissancistisch-klassicistische epos van 1550 tot 1850. Deel 2. Groningen: Van Gorcum en Comp., 1983.
    [Google Scholar]
  31. Strengholt1968 – LukasRotgans, Boerekermis. Ed. L.Strengholt. Gorinchem: Noorduijn en zoon, 1968.
    [Google Scholar]
  32. De Vet1985-1986 – J.J.V.M.de Vet, ‘Smits Kalliope voortgezet: het Nederlandse epos uit de 18e eeuw in kaart’. In: Spektator15 (1985-1986), p. 201-213.
    [Google Scholar]
  33. Te Winkel1924 – J.te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 en 5. Tweede druk Haarlem: Erven F. Bohn, 1924.
    [Google Scholar]
  34. Wehry2017 – J.F.W.Zachariae, Murner in der Hölle. Ein scherzhaftes Heldengedicht. Ed. M.Wehry. Hannover: Wehrhahn Verlag, 2017.
    [Google Scholar]
http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/TNTL2022.3.002.VLIE
Loading
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error