2004
Volume 41, Issue 2
  • ISSN: 1567-7109
  • E-ISSN: 2468-1652
This item has no full text

Abstract

Abstract

Dit artikel bespreekt het diagnosticeren en behandelen van gedragsproblemen in de universitaire kliniek voor kinderpsychiatrie die tussen 1952 en 1962 werd geleid door de eerste Nederlandse hoogleraar in het vakgebied, Theo Hart de Ruyter. Zoals veel generatiegenoten was hij, behalve psychiater, ook psychoanalyticus. Algemeen wordt aangenomen dat de kinderpsychiatrie toen primair werd beïnvloed door de psychoanalyse met haar focus gericht op een verklaring van gedragsproblemen vanuit de opvoeding. Deze aanname is echter niet getoetst aan de klinische praktijk. Waren verklaringen die naar de kinderlijke natuur verwijzen – zoals de neurologische constitutie of erfelijke aanleg – toen uit de spreekkamer verdwenen en was behandeling met medicatie taboe, zoals is gesuggereerd? Hart de Ruyters theoretische werk wordt vergeleken met dat van vakgenoten uit dezelfde tijd. Op basis van patiëntendossiers wordt het bovendien vergeleken met de manier waarop hij kinderen diagnosticeerde en behandelde. Zowel theorie en praktijk als etiologie en behandeling bleken en te vermengen. Het gebruik van een elektro-encefalogram en medicatie doet evenwel geen afbreuk aan de overwegende oriëntatie van de kliniek op de nieuwste versies van de psychoanalyse. Het onderstreept, net als het gebruik van ogenschijnlijk onverenigbare theorieën, het semi-geïmproviseerde karakter van de vroege academische kinderpsychiatrie.

Loading

Article metrics loading...

/content/journals/10.5117/PED2021.2.001.BAKK
2021-01-01
2021-12-07
Loading full text...

Full text loading...

/deliver/fulltext/15677109/41/2/PED2021.2.001.BAKK.html?itemId=/content/journals/10.5117/PED2021.2.001.BAKK&mimeType=html&fmt=ahah

References

  1. Abma, R., & Weijers, I. (2005). Met gezag en deskundigheid. De historie van het beroep psychiater in Nederland.Amsterdam: SWP.
  2. Bakker, N. (2014). Minimal Brain Damage/Dysfunction en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kinderstudie in Nederland, ca. 1950-1990. Studium. Tijdschrift voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis, 7(2), 82-97.
    [Google Scholar]
  3. Bakker, N. (2015). De gezondheid van het kind en het veranderend perspectief van de Groningse plattelandsschoolarts (1930-1970). Studium. Tijdschrift voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis, 8(4), 18-38.
    [Google Scholar]
  4. Bakker, N. (2016). Kwetsbare kinderen. De groei van professionele zorg voor de jeugd.Assen: Van Gorcum.
  5. Bakker, N. (2020). Child guidance, dynamic psychology, and the psychopathologisation of child-rearing culture (c. 1920-1940) – a transnational perspective. History of Education, 49(5), 617-635.
    [Google Scholar]
  6. Bakker, N., Noordman, J. & Rietveld-van Wingerden, M. (2006). Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000. Assen: Van Gorcum.
  7. Bolt, T., & De Goei, L. (2008). Kinderen van hun tijd. Zestig jaar kinder- en jeugdpsychiatrie in Nederland 1948-2008.Assen: Van Gorcum.
  8. De Beer, F. (2008). Witte jassen in de school. De schoolarts in Nederland ca. 1895-1965. Assen: Van Gorcum.
  9. De Goei, L. (1992). In de kinderschoenen. Ontstaan en ontwikkeling van de universitaire kinderpsychiatrie in Nederland, 1936-1978. Utrecht: NcGv.
  10. De Leeuw-Aalbers, A. (1950). Casuïstiek uit het kinderleven.Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 5, 307-313.
    [Google Scholar]
  11. Dimmendaal, G. (1998). Heropvoeding en behandeling. Meisjes in Huize de Ranitz, Groningen 1941-1967.Groningen: Van Gorcum.
  12. Elte, A.R., Van Heusden, A.A., & Frijling-Schreuder, E.C.M. (1953). MOB en Kleuterbureau. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 8, 327-331.
    [Google Scholar]
  13. Frijling-Schreuder, E.C.M. (1953). Psycho-analyse en opvoeding. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 8, 334-343.
    [Google Scholar]
  14. Frijling-Schreuder, E.C.M., Isaacs-Edersheim, S., & De Leeuw-Aalbers, A.J. (1949). Het neurotische gezin. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 4, 289-299.
    [Google Scholar]
  15. Geissmann, C., & Geissmann, P. (1998). A History of Child Psychoanalysis. London/New York: Routledge.
  16. Hart de Ruyter, Th. (1951). De taak van de psychiater bij de kinderbescherming. In Handboek voor de kinderbescherming (pp. 239-261). Rotterdam/’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar.
    [Google Scholar]
  17. Hart de Ruyter, Th. (1952). Inleiding tot de kinderpsychologie.Groningen: Noordhoff.
  18. Hart de Ruyter, Th. (1953). De betekenis der psycho-analytische paedagogie voor de opvoeding van kinderen met aanpassingsstoornissen. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs en Orthopedagogiek, 33, 173-178, 190-195.
    [Google Scholar]
  19. Hart de Ruyter, Th. (1955). Inleiding tot de kinderpsychologie. Groningen: Noordhoff (2e dr.).
  20. Hart de Ruyter, Th. (1957). Over het autoritaire beginsel in de opvoeding. Tijdschrift voor Maatschappelijk Werk, 11, 293-299.
    [Google Scholar]
  21. Hart de Ruyter, Th. (1959a). Affectieve relatiestoornissen. Maandschrift voor Kindergeneeskunde, 26, 357-371.
    [Google Scholar]
  22. Hart de Ruyter, Th. (1959b). De jeugdpsychiater. In Jeugd en Samenleving III. Handboek voor de bijzondere jeugdzorg (pp. 244-263). ’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar.
    [Google Scholar]
  23. Hart de Ruyter, Th. (1959c). Inleiding tot de kinderpsychologie. Groningen: Noordhoff (3e dr.).
  24. Jones, K. W. (1999). Taming the Troublesome Child. American Families, Child Guidance, and the Limits of Psychiatric Authority. Cambridge Ma/London: Harvard University Press.
  25. Lampl-de Groot, J. (1954). Groepsbesprekingen met stiefmoeders. Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid, 9, 305-312.
    [Google Scholar]
  26. Nieweg, E. (2000). Van kinderanalyse tot Y-chromosoom. Over eenzijdigheid in de psychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie12, 887-994.
    [Google Scholar]
  27. Richardson, Th. (1998). The Century of the Child. The Mental Hygiene Movement and Social Policy in the United States and Canada. New York: New York State University Press.
  28. Sandberg, S., & Barton, J. (2002). Historical development. In Seija Sandberg (Ed.),Hyperactivity and Attention Disorders of Childhood (pp. 1-29). Cambridge University Press: Cambridge.
    [Google Scholar]
  29. Sonnen, A.E.H. (1982). Epilepsie en EEG. Arnhem: CIBA-Geigy.
  30. Stewart, J. (2013). Child Guidance in Britain, 1918-1955: The Dangerous Age of Childhood.London/New York: Taylor & Francis Group.
  31. Van der Horst, F.C.P. (2014). John Bowlby’s ontmoeting met de Nederlandse kinder- en jeugdpsychiatrie: verslag van een werkbezoek in 1950. Kind en Adolescent, 35 (4), 255-267.
    [Google Scholar]
  32. Van Dijken, S. (1997). The First half of John Bowlby’s Life. A search for the Roots of Attachment Theory. Leiden: RUL.
  33. Vedder, R. (1958). Afwijkende kinderen in de school. Groningen: Wolters.
  34. Weijers, I. (2002). Zestig jaar kinder- en jeugdpsychiatrie in Nederland (1920-1980). Kind en Adolescent, 23, 82-96.
    [Google Scholar]
  35. Zaretsky, E. (2004). Secrets of the Soul. A Social and Cultural History of Psychoanalysis. New York: Knopf.
http://instance.metastore.ingenta.com/content/journals/10.5117/PED2021.2.001.BAKK
Loading
This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error