Pedagogiek - Volume 45, Nummer 3, 2025
Volume 45, Nummer 3, 2025
-
-
Wat moeders (moeten) weten: opvoedingsadvies via negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse poppenverhalen
MeerWat moeders (moeten) weten: opvoedingsadvies via negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse poppenverhalen Minder Wat moeders (moeten) weten: opvoedingsadvies via negentiende- en vroegtwintigste-eeuwse poppenverhalenAuteur: Frauke PauwelsSamenvattingPoppenverhalen waren in de negentiende en twintigste eeuw een populair genre, dat werd ingezet om meisjes voor te bereiden op hun moederrol en het huishouden. Deze boeken richtten zich echter niet enkel tot de jonge lezeressen, maar voedden ook de moeders op. Steunend op inzichten uit de narratologie en empirisch lezersonderzoek stel ik in dit stuk dat (mee) lezende moeders zich in deze poppenverhalen met meerdere personages konden identificeren, namelijk het kind, de pop, de moederfiguur of de volwassen verteller, en zo werden aangezet tot reflectie op hun ouderrol. Hoewel die poppenverhalen burgerlijke normen met betrekking tot het moederschap propageren, bevatten ze ook subversieve en emanciperende elementen. Passages waarin de ongehoorzaamheid van het kind of de pop wordt beschreven, openden de mogelijkheid om idealen met betrekking tot moederschap in vraag te stellen. In sommige werken zetten vrouwelijke auteurs zich af tegen de dominantie van mannelijke pedagogen en vestigen ze de aandacht op de intelligentie van vrouwen en meisjes. Dergelijke verhalen kunnen vrouwen hebben geholpen om hun positie als morele en pedagogische expert in de huiselijke sfeer veilig te stellen. Tot slot slaat deze bijdrage de brug van deze historische poppenverhalen en hun werking naar hedendaagse voorleespraktijken en de mogelijke impact op iemands inschatting van de ouderrol. Net zoals de besproken poppenverhalen morele instructie vermengen met emotionele herkenbaarheid, kunnen hedendaagse prentenboeken ouders uitnodigen tot reflectie over wat het betekent om een ‘goede moeder’ te zijn, en (h)erkenning bieden van de moeilijkheden daarbij.
-
-
-
Vorming en leesplezier: de impact van Thea Beckmans oeuvre op haar lezers
MeerVorming en leesplezier: de impact van Thea Beckmans oeuvre op haar lezers Minder Vorming en leesplezier: de impact van Thea Beckmans oeuvre op haar lezersAuteur: Vivian de GierSamenvattingThea Beckman (1923-2004) was een van de meest gelezen auteurs van haar tijd. Maar terwijl tieners haar romans stuklazen, werd haar werk, zeker in de tweede helft van haar schrijverschap, door literatuurcritici verguisd. Om die reden vormt Beckmans oeuvre een interessante casus wanneer het gaat om ontmoetingen tussen boeken en lezers. Tijdens haar decennialange schrijverschap voltrokken zich grote veranderingen in de samenleving, die zich ook toonden in de opvattingen over jeugdliteratuur en de literaire eisen die aan jeugdboeken werden gesteld. De receptie van haar oeuvre vertelt ons daarom niet alleen veel over het complexe spanningsveld waarin jeugdliteratuur zich beweegt, maar laat ook zien hoe veranderingen in maatschappelijke, pedagogische en literaire opvattingen van invloed zijn op de beoordeling en waardering van jeugdliteratuur en de schrijvers ervan. En waarom die waardering van volwassenen vaak zo anders is dan die van de jonge lezers zelf.
-
-
-
De verdwijnende lezer?
MeerDe verdwijnende lezer? Minder De verdwijnende lezer?Auteur: Bea RosSamenvattingEen belangrijk kenmerk van jeugdliteratuurkritiek is de asymmetrische relatie tussen critici en lezers: volwassen recensenten beoordelen een boek dat is bedoeld voor jonge lezers, waarbij ze zich richten tot volwassen bemiddelaars die jeugdboeken kiezen of kopen voor (hun) kinderen. Anders dan hun collega’s binnen de algemene kritiek kunnen ze niet (alleen) varen op hun eigen, volwassen leeservaringen en smaak, maar zullen ze – bewust of onbewust – ook de beoogde lezers in het achterhoofd houden en beoordelen of het betreffende jeugdboek bij deze jonge lezers in de smaak zou kunnen vallen of voor hen geschikt is. Volgens jeugdliteratuuronderzoeker Anne de Vries was dat laatste in de jaren tachtig van de vorige eeuw niet langer het geval. Hij constateert in de toenmalige jeugdliteratuurkritiek een groeiende tendens om vooral aandacht te schenken aan de literaire kwaliteiten van jeugdboeken en daarbij de jonge lezer uit het oog te verliezen. In deze bijdrage staat de vraag centraal of professionele jeugdboekenrecensenten destijds daadwerkelijk geen aandacht meer besteedden aan de ontmoeting tussen jeugdboek en jonge lezer. Daartoe zijn in totaal 102 jeugdboekenrecensies uit twee dagbladen (de Volkskrant en NRC Handelsblad) uit twee peiljaren, 1975 en 1985, geanalyseerd en vergeleken. Uit de kwantitatieve en kwalitatieve vergelijking blijkt dat de aandacht voor de jonge lezer tussen beide peiljaren niet is afgenomen. Er is in 1985 weliswaar meer aandacht voor literaire kwaliteiten van jeugdboeken dan tien jaar daarvoor, maar die gaat niet ten koste van die voor de jonge lezer. Anders dan De Vries stelde, verdween deze lezer destijds niet uit de jeugdliteratuurkritiek.
-
-
-
Ontmoetingen tussen jongeren en boeken in online lezersgemeenschappen
MeerOntmoetingen tussen jongeren en boeken in online lezersgemeenschappen Minder Ontmoetingen tussen jongeren en boeken in online lezersgemeenschappenAuteurs: Linda Ackermans & Semmy ClaassenSamenvattingOntmoetingen tussen jonge lezers en Young Adult (YA)-romans verlopen tegenwoordig onder meer via online lezersgemeenschappen op Instagram, TikTok en YouTube, die ook wel Bookstagram, BookTok en BookTube worden genoemd. Als bemiddelaars tussen jonge lezers en boeken informeren docenten Nederlands zich veelal via de traditionele dag- en weekbladkritiek. Er zijn echter duidelijke verschillen tussen de boeken die en de wijze waarop deze worden besproken in de twee contexten. In dag- en weekbladen worden boeken na lezing besproken, terwijl jonge lezers binnen online lezersgemeenschappen zowel voor, tijdens als na het lezen over boeken praten. Zij leggen daarbij de nadruk op esthetiek, affect, sfeer, tropes en (para-) sociale elementen. Binnen online lezersgemeenschappen worden bovendien aanzienlijk meer YA-titels besproken dan in dag- en weekbladen. Ook de genres van de besproken titels verschillen. Waar in dag- en weekbladen voornamelijk historische of eigentijdse, realistische YA-romans aan bod komen, zijn op sociale media onder meer fantasy, romance, thrillers en magisch realisme populair. Dankzij online lezersgemeenschappen hebben jonge lezers een belangrijke stem gekregen in het promoten en toekennen van waarde aan boeken. Deze stem is het waard om gehoord te worden – ook in de onderwijscontext. Elementen uit online lezersgemeenschappen kunnen een verrijking zijn voor het literatuuronderwijs om ook jongeren aan te spreken die zich niet in online lezersgemeenschappen bevinden.
-
-
-
Schreeuwen de meeuwen of spreken ze? Kinderen, dieren en de macht van de verbeelding in Annie M.G. Schmidts Pluk van de Petteflet (1971)
MeerSchreeuwen de meeuwen of spreken ze? Kinderen, dieren en de macht van de verbeelding in Annie M.G. Schmidts Pluk van de Petteflet (1971) Minder Schreeuwen de meeuwen of spreken ze? Kinderen, dieren en de macht van de verbeelding in Annie M.G. Schmidts Pluk van de Petteflet (1971)Auteur: Wendela de RaatSamenvattingIn dit artikel wordt onderzocht hoe Annie M.G. Schmidts Pluk van de Petteflet (1971) antropomorfisme inzet om machtsverhoudingen tussen kinderen en volwassenen en tussen mensen en dieren ter discussie te stellen. Kinderlijke intuïtie, met name het vermogen van kinderen om zich te identificeren met dieren, wordt niet gepresenteerd als een kenmerk van onwetendheid, maar als een voorwaarde voor een wereld waarin mensen en dieren, volwassenen en kinderen in relatie tot elkaar leven. Het vermogen om met elkaar te communiceren speelt hierbij een cruciale rol. De centrale tegenstelling in het verhaal gaat niet over mens versus dier, maar over wie openstaat voor soort-overstijgende communicatie en wie dat niet doet. Deze herconfiguratie van machtsverhoudingen beïnvloedt ook de representatie van diersoorten in Pluk van de Petteflet. Gedomesticeerde dieren moeten hun traditionele rol als bondgenoten van het kindpersonage afstaan aan soorten die zich gemakkelijker aan menselijke controle onttrekken, zoals de meeuw en de duif. Deze ‘liminale dieren’ spiegelen het nieuwe, autonome kindbeeld dat in deze klassieker van Schmidt wordt uitgedragen.
-
-
-
Een ecopedagogiek van het heden. Jeugdliteratuur als inspiratie voor een nieuwe visie op toekomstgericht onderwijs
MeerEen ecopedagogiek van het heden. Jeugdliteratuur als inspiratie voor een nieuwe visie op toekomstgericht onderwijs Minder Een ecopedagogiek van het heden. Jeugdliteratuur als inspiratie voor een nieuwe visie op toekomstgericht onderwijsAuteurs: Suzanne van der Beek & Franziska FröhlichSamenvattingHet onderwijs in Nederland is gericht op de toekomst; het belangrijkste doel ervan is jongeren voor te bereiden op hun toekomstige leven. Aan dit toekomstgerichte onderwijs ligt een visie ten grondslag waarin de toekomst wordt gezien als een land vol kansen die jongeren kunnen grijpen, mits ze daar goed op zijn voorbereid. Het beeld dat jongeren zelf van hun toekomst hebben wijkt echter steeds meer af van deze optimistische visie. Uit wereldwijde studies blijkt dat jongeren klimaatverandering zien als een ernstige bedreiging voor hun toekomst op deze planeet. In dit artikel gaan we in op deze verschuiving van de culturele verbeelding van de toekomst en de divergentie tussen de overwegend optimistische visie op de toekomst in het Nederlandse onderwijs en het steeds pessimistischer wordende beeld van de toekomst dat veel leerlingen hanteren. We gebruiken bestaande klimaatfictie als belangrijkste facilitator van deze verschuiving, aangezien literatuur een belangrijke rol speelt bij het verbreden van onze verbeelding van de toekomst. In dit artikel worden twee alternatieve strategieën voorgesteld voor toekomstgericht onderwijs, gebaseerd op bestaande klimaatfictie. Ten eerste wordt onderzocht hoe dystopische adolescentenverhalen klasdiscussies kunnen stimuleren over de uiteenlopende emoties die jongeren zeggen te voelen in de context van klimaatverandering. Ten tweede wordt onderzocht hoe een literair non-fictieboek kan worden gebruikt om de aandacht af te leiden van ideeën over de toekomst en leerlingen juist stevig in het heden te verankeren. Dit artikel biedt zo twee op literatuur gebaseerde alternatieven voor traditioneel toekomstgericht onderwijs in de context van klimaatverandering.
-
-
-
‘Dat oorlog misschien “cool” lijkt, maar dat als je er eenmaal bent het afschuwelijk is.’ De impact van een oorlogsverhaal op jonge lezers
Meer‘Dat oorlog misschien “cool” lijkt, maar dat als je er eenmaal bent het afschuwelijk is.’ De impact van een oorlogsverhaal op jonge lezers Minder ‘Dat oorlog misschien “cool” lijkt, maar dat als je er eenmaal bent het afschuwelijk is.’ De impact van een oorlogsverhaal op jonge lezersAuteur: Jan Van CoillieSamenvattingWelke impact hebben boeken op jonge lezers? Het is een intrigerende vraag. Een vraag die opmerkelijk genoeg nog weinig onderzoek heeft aangestuurd. In dit artikel wordt de (mogelijke) impact onderzocht van de oorlogsroman Kiplings keuze (Spillebeen, 2002). Het eerste deel van de studie bestaat uit een tekstanalyse van de roman, gericht op zowel de thema’s, motieven en literaire technieken als de talige middelen die de kernfuncties ervan vormgeven, meer bepaald de emotieve, de informatieve, de zingevende en de (ont)spannende functie. Onder het begrip ‘functie’ wordt de mogelijke werking van een roman verstaan. In het tweede deel van het artikel wordt gefocust op reële lezers, op wat zij zeggen over de impact die de roman van Spillebeen op hen heeft gehad. De resultaten worden geanalyseerd van een schriftelijke enquête bij 71 dertienjarigen. Daarin konden ze weergeven welke passage uit het boek hen het sterkste was bijgebleven, in welke mate ze het eens waren met een aantal uitspraken over de functies van de roman en van oorlogsboeken in het algemeen en wat volgens hen de boodschap van het boek was, welke gruwelijke passages hen waren bijgebleven en ten slotte welke dingen ze bijleerden over WOI.
-
Most Read This Month
Meest geciteerd Most Cited RSS feed
-
-
Tijd voor pedagogiek
Auteur: Gert Biesta
-
- More Less